Architectuur

De vorm van het gebouw is gedicteerd door het beschikbare grondoppervlak. Het driehoekig stuk bouwgrond is optimaal benut en zo is de ene kopwand (west) breder dan de andere (oost). De architect Wim Quist heeft dit bereikt door aan de “voorkant” van het gebouw een prismoďde, zoals hij dat noemt, te maken.

 

De prismoďde is de glazen diagonaal over de gehele hoogte, die naar boven toe steeds breder wordt. Het onder 45° hellende glasvlak heeft een lengte van 100 meter.

 

Het schuine en “open” glasvlak van de “schuine zijde” staat in scherp contrast met de veel dichtere en steenachtige gevelbekleding van de rest van het gebouw. De gevel bestaat uit prefab elementen van gewapend beton met witte tegels en ramen van blank glas. .

 

De afmetingen van de elementen, 3.60 bij 3.60 meter, zijn afgeleid van de moduul van Willemswerf: 1.80 meter, de comfortmaat in 1988.

Alle afmetingen van Willemswerf zijn een deel of een veelvoud van deze moduul.

 

De comfortmaat is ook terug te vinden in de parkeergarage waar de afstand tussen twee kolommen exact 7.20 meter is. Tussen twee kolommen zijn hierdoor 3 parkeerplaatsen ingericht, zelfs in 2013 ruim voldoende breed om een goede chauffeur (M/V) zijn voertuig te laten parkeren.

 

Met zijn ontwerpen voor het maritiem museum “Prins Hendrik”, de Rotterdamse Schouwburg en Willemswerf heeft Quist een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het nieuwe gezicht van Rotterdam.

 

Willemswerf heeft in 1989 de Rijksbouwprijs, “de Bronzen Bever” gewonnen.